dinsdag 28 juli 2009

Veenderij

Turfwinning uit schaarste
De winning van brandstoffen had grote gevolgen voor de vorming van ons landschap, dat er overal de sporen van draagt. Oorspronkelijk gebruikte men in onze streken vooral hout als brandstof, dat overal voorhanden was maar zich ook heel goed voor allerlei andere doeleinden leende. In de late middeleeuwen begon men turf te gebruiken, omdat hout steeds schaarser en duurder werd. In Holland was tegen die tijd het grootste deel van het beschikbare bos verbruikt. Al eerder – vanaf de 13e eeuw – begon men in Zeeland en westelijk Noord-Brabant met de turfwinning ten behoeve van de groeiende Vlaamse steden. Dat ging soms samen met de winning van zout op de plaatsen waar de zee het veengebied overstroomde (het ‘darinkdelven’).
Vanaf 1550 steeg de turfwinning in Nederland spectaculair om van 1600 tot 1900 in ontginningsvolume te blijven schommelen tussen ruwweg 500 en 700 hectare per jaar. De turf werd rond de Hollandse steden gestoken uit de omringende laagveengebieden, onder meer ten noorden en oosten van Rotterdam. Dit werd in langgerekte percelen gedaan, waardoor de zogenaamde ‘petgaten’ ontstonden, die met water volliepen. Van lieverlee veranderde door de turfwinning steeds meer land in water, tot grote aaneengesloten plassen ontstonden. Wie door West-Nederland reisde ontmoette bij herhaling groepjes mensen, die bezig waren met turf.

Veenendaal-oost - Veenderij

In deelplan "Veenderij" voeren water en luxe de boventoon. De kavels zijn lekker ruim en veel woningen komen aan het water te liggen. Soms zelfs met een eigen privé-oever! Vissen, varen of - als het meezit - schaatsen: het water biedt tal van recreatiemogelijkheden.